Zijn er nog apostelen?

Dit blog onderzoekt de rol van apostelen binnen de New Apostolic Reformation (NAR) in vergelijking met protestantse theologen. Het benadrukt dat volgens protestanten hedendaagse apostelen geen gezag hebben zoals de oorspronkelijke apostelen, en dat hun rol is overgenomen door evangelisten. NAR daarentegen meent dat apostelen essentieel zijn voor de kerk, en introduceert vier types apostelen. Er is echter veel debat over de noodzakelijkheid en de interpretatie van apostelen, zoals beschreven in de Bijbel, waarbij sommige argumenten tegen de noodzaak van moderne apostelen pleit.

Vorige keer heb ik benoemd dat binnen de New Apostolic Reformation (NAR) het ambt van apostel als onmisbaar wordt gezien voor de kerk in de eenentwintigste eeuw. Dat kan vragen oproepen: zijn er nog apostelen? En als er apostelen zijn, wat is dan hun taak en functie? Heeft de NAR gelijk dat er apostelen moeten zijn? Daar kijk ik in dit blog naar.

Apostelen volgens protestante theologen
Theologen met een hervormde of gereformeerde achtergrond geven de volgende kenmerken van een apostel:
– heeft Jezus met eigen ogen gezien
– is een oor- en ooggetuige van de boodschap over Jezus’ daden, dood en opstanding
– is door Jezus Zelf uitgekozen en geroepen [21A].
Voor het gemak gaan sommige theologen er vanuit dat dit ook geldt voor apostelen die later zo werden genoemd, zoals Barnabas, Jakobus, Andronikus en Justus[1] [22A]. Over Barnabas’ apostelschap is weinig discussie, waarschijnlijk omdat de Heilige Geest hem duidelijk aanwees als afgezant (samen met Paulus, in Handelingen 13). Rond Romeinen 16 is er discussie omdat het vers technisch op twee juiste manieren vertaald kan worden. Bij de ene wijze van vertalen worden deze personen hoog geacht door de apostelen, bij de andere manier van vertalen zijn ze apostelen [23]. Het blijkt dat door mensen die vertaalkeuze wordt aanvaard die past bij hun standpunt over apostelen. 

Het is duidelijk dat als je in een definitie zegt dat een apostel Jezus zelf gezien moet hebben er nu geen apostelen meer zijn: alle ooggetuigen van Jezus’ optreden op aarde zijn al lang geleden overleden! Maar zo’n definitie neerleggen is een makkelijke manier om het ‘apostelvraagstuk’ op te lossen. De Bijbel zegt namelijk niet letterlijk dat een apostel Jezus moet hebben gezien. Soms wordt als argument Efeziërs 2:19-20 aangehaald: Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen. Het argument is dan: aangezien de kerk nu ‘gebouwd’ is, zijn er geen apostelen meer nodig. Maar wat betekent deze bouw, en wat is een apostel?

Het zelfstandig naamwoord apostolos betekent ‘afgezant, bode, vertegenwoordiger, apostel’. Op zichzelf zegt het woord niets over de aard van het werk van deze bode en geeft het geen informatie over de zender. In de loop van het Nieuwe Testament vindt er een ontwikkeling plaats in de betekenis van het woord. Als de discipelen tijdens Jezus’ leven apostelen worden genoemd, dan is hieraan een duidelijke opdracht gekoppeld om op dat moment met Zijn autoriteit te handelen. Jezus roept Zijn leerlingen in Matteus 10:1 bij elkaar en geefthun de macht om onreine geesten uit te drijven en alle zieken te genezen. In vers 2 worden de leerlingen, die nu met de autoriteit van Jezus bekleed zijn, apostelen genoemd, en vanaf vers 5 krijgen ze een duidelijk omschreven opdracht hoe ze Jezus moeten vertegenwoordigen. Zender, boodschap en autoriteit worden nauwkeurig omschreven en maken tijdelijk apostelen (gezondenen door Jezus) van de discipelen. Na terugkeer van deze missie zijn de apostelen weer ‘gewoon’ discipelen.
Na Jezus’ dood, opstanding en hemelvaart verandert de aard van het apostel-begrip. De discipelen worden getuigen en vertegenwoordigers van de opgestane Heer, met als doel de verkondiging van het evangelie ‘tot aan de einden der aarde’. Jezus als zender en de verkondiging van het evangelie als boodschap zijn zo vanzelfsprekend dat het woord apostel een eigen betekenis krijgt waarin zender en doel al inbegrepen zijn.

Omdat verkondiging van het evangelie en gemeentestichting een belangrijk doel was van de apostelen uit Handelingen, denken sommige theologen dat de apostel en de verkondiger van het evangelie uit Efeze 4 dezelfde taak hadden. Het enige verschil tussen hen is dat de apostelen Jezus wel hadden gezien, maar de verkondigers niet. Volgens die gedachtegang zijn evangelisten dus de natuurlijke opvolgers van de apostelen ([21B], [24], [25A]). Dit opvolgen wil niet zeggen dat evangelisten hetzelfde gezag hebben als de apostelen van Jezus; deze hadden gezag in de gemeente van Jeruzalem en sommigen schreven één of meer Bijbelboeken. Evangelisten hebben dit gezag niet en schrijven geen toevoegingen aan de Bijbel. Evangelisten hebben wel dezelfde gaven en roeping om kerken te stichten en om mensen tot bekering te brengen. Vanuit dit standpunt gezien zijn er nu geen apostelen meer, maar wel mensen die van de Heilige Geest vergelijkbare gaven krijgen.

Zo wordt het ‘apostelprobleem’ teruggebracht naar de taak van een apostel: in de protestante visie zijn er wel mensen met dezelfde gaven als een apostel, maar geen mensen die hetzelfde gezag hebben als de Bijbelse apostelen. Om die reden wordt een brenger van het evangelie een ‘evangelist’ of ‘zendeling’ genoemd, maar geen ‘apostel’. Hiermee wordt een probleem met Efeziërs 2 vermeden.
Zou een protestante kerk een evangelist of zendeling de titel ‘apostel’ geven, dan leidt dit (mogelijk) tot gefronste wenkbrauwen bij anderen, maar een echt probleem is het niet. Sterker nog, de Rooms-katholieke Kerk en de Oosters Orthodoxe Kerk hebben een aantal zendelingen na hun dood de titel van apostel gegeven vanwege hun evangelisatie onder onbereikte volken en hun kerkstichtende werk. Zo zijn er de Twaalf Apostelen van Ierland en de Heilige Francis Xavier, de apostel van India en Japan [26].

Apostelen volgens de NAR – en tegenargumenten
Volgens de NAR moet het ambt van apostel hersteld worden. Het ambt van een apostel is fundamenteel voor de kerk en “geen kerk heeft een gebalanceerd en zuiver fundament zonder dat er het ambt van apostel en profeet aanwezig zijn.”
In de loop van de jaren is binnen de NAR de visie op apostelen uitgebouwd en uitgebreid. Inmiddels zijn er vier verschillende types apostelen, elk met een andere taak en bevoegdheid. Er zijn verticale apostelen, die aan het hoofd van een ‘apostolisch netwerk’ staan; horizontale apostelen, die aan het hoofd staan van een groep apostelen; apostelen met een dubbele gave zoals een apostel-profeet (hyphenated apostles). Als vierde zijn er marktplein-apostelen, die vooral buiten de kerk werkzaam zijn. [19E]. Het zal duidelijk zijn dat deze indeling nergens in de Bijbel te vinden is.
De NAR is het op één punt volledig eens met de protestante visie: hedendaagse apostelen hebben niet het recht om boeken aan de Bijbel toe te voegen.

Het is moeilijk om (online) artikelen en boeken te vinden waarin argumenten staan om aan te nemen dat er nu nog mensen met apostolisch gezag zijn. 
Eén argument is het volgende:
Wanneer je stelt dat apostelen en profeten alleen in de eerste eeuw na Christus in de kerk actief waren, negeer je de zin die begint in Efeze 4:11, waar staat: totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus.
Er zullen maar weinig Christenen zijn die beweren dat het Lichaam van Christus deze staat van perfectie al heeft bereikt. En daarom is er, volgens de NAR, nog steeds behoefte aan apostelen en profeten. Dit verklaart waarom God zegt dat dat het fundament van de Kerk  de ‘apostelen en profeten zijn, waarbij Jezus Christus zelf de hoeksteen is’ (Efeziërs 2:20) [27]

De vraag is of deze interpretatie van Efeze 4 juist is. Hebben we inderdaad nog apostelen nodig om de genoemde perfectie te bereiken? Het blijkt dat Wagner alleen staat in deze visie op Efeze 4.

Van den Berg [25B] belicht één kant van de algemene theologische visie op dit stuk, als hij schrijft: “Met welke bedoe­ling heeft Christus die gaven gegeven? Hij heeft dat gedaan om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot diaconaal werk, tot opbouw van het lichaam van Christus. De activiteit van de gaven moet resulteren in de activiteit van de gemeenteleden en wel hierin, dat ze elkaar dienen. Dat is de enige manier waarop het lichaam van Christus echt gebouwd wordt. […]
Wat Paulus hier zegt, is ook uitermate belangrijk. Er zijn heel wat christenen die de gaven die Christus gegeven heeft, alleen maar gebruiken voor zichzelf. Ze koesteren er alleen zichzelf in. Ze laten zichzelf er om zo te zeggen door vetmesten. En daarmee basta. […]
De gemeente van Christus is geen bedrijf waar kistkalveren worden vetgemest. Zulke kalveren zitten in geïsoleerde hokjes. Daar worden ze vetgemest. Maar ze kunnen er verder niets mee doen. Ze leren hun spieren en capaciteiten niet ontwikkelen. Daar is geen ruimte voor. […]
Maar dat gaat vierkant tegen Christus’ bedoeling in. Hij wil van de heiligen geen kist-christenen maken. Hij wil hen toerusten tot diaconaal werk. Hij wil dat ze de wanden van hun privé-bestaan doorbreken en erop uit gaan om anderen te dienen. Hij wil dat ze datgene wat ze zelf ontvangen hebben, delen met anderen en dat ze hun gaven en capaciteiten ten nutte van anderen aanwenden.
[…]
Het is belangrijk goed op het woordje ’allen’ te letten. Het is essentieel voor wat de Schrift over de gemeente te zeggen heeft. Alleen als men allen, gezamenlijk, actief is en elkaar wederzijds stimuleert in dienstbetoon, bereikt de gemeente de eenheid van het geloof en van de kennis van Christus. Dan komen er geen grote tegenstellingen binnen de gemeente wat betreft de geloofskennis. Alleen dan wordt de gemeente als geheel volwassen en blijft ze niet in haar groei steken, maar komt alles wat Christus te bieden heeft, binnen haar bereik. Hoe meer gemeenteleden zich daaraan onttrek­ken, zich van de anderen isoleren als kistkalveren en alleen maar voor zichzelf geloven, des te meer zakt de gemeente beneden het ni­veau dat Christus voor haar gesteld heeft en des te onvolwassener is ze.”

Floor [22B] trekt eenzelfde conclusie als Van den Berg: “Samen vattend: de schrijver wil met deze woorden duidelijk maken dat groei naar de volheid een groei naar de eenheid is. Hoe meer het lichaam naar het hoofd toegroeit hoe dichter de leden van het lichaam bij elkaar zijn in een eenheid van geloof en kennis. Hier ligt het geheim van ware geestelijke eenheid waartoe de apostel zijn lezers in 4,3 had opgeroepen.”

Het blijkt in Efeze 4:12-13 dus niet te gaan om een ambt dat mensen voor moet gaan in het bereiken van de volheid, zoals Wagner zegt. De boodschap van deze verzen is dat iedere individuele gelovige moet groeien om dienstbaar te zijn aan elkaar en aan het lichaam van Christus. Daardoor groeit het lichaam en is er onderlinge eenheid.

Niet alleen Wagner, ook Eckhart maakt zich sterk voor hedendaagse apostelen. Hij speelt met woorden om de aanwezigheid van hedendaagse apostelen tot een noodzaak te maken. Hij maakt onderscheid tussen het apostel-zijn en een apostolische missie, of apostolische dimensie. De apostolische missie is dat de Kerk gezonden is door Christus om het evangelie te verkondigen en kerken te stichten. Alle christenen hebben een ‘apostolische geest’, wat wil zeggen dat er een besef is van gestuurd zijn door Jezus en een focus op het uitvoeren van het Zendingsbevel. In zijn hele boek gebruikt Eckhard de termen apostel en apostolisch de ene keer voor ‘zendeling\evangelist’ en de andere keer voor ‘iemand met apostolisch gezag zoals de twaalf apostelen’. Dit maakt onduidelijk waar de grens ligt. Het grote verschil is dit: het apostel-zijn is gereserveerd voor mensen die zich  door de Heilige Geest geroepen voelen (!) als apostel. Deze mensen hebben een uitgebreidere taak [42].

Alblas vat het woordenspel van Eckhard goed samen, met de volgende uitleg :
Apostolische mensen zijn christenen die apostolische bediening ondersteunen en eraan deelnemen, maar zelf geen daadwerkelijke apostelen zijn. Apostolische mensen werken samen met apostelen om de verlorenen te bereiken via dynamische uitreiking, het stichten van kerken en het koesteren van geloofsgemeenschappen. 
Apostolische kerken zijn kerken die moderne apostelen erkennen en zich verbinden met verschillende vormen van apostolische bediening. Ze zijn actief betrokken bij het verspreiden van het evangelie en het opbouwen van geloofsgemeenschappen.
De apostolische beweging is de wereldwijde activering van apostelen en apostolische mensen door de Heilige Geest. Ze komen samen als onderdeel van een grote opwekking op aarde en zijn betrokken bij wat God vandaag de dag doet [19F].

Inhoudelijk geeft Eckhard maar één argument waarom er nog apostelen moeten zijn. Dit argument is gebaseerd op Handelingen 1:15-26, waarin de lege plek van Judas Iskariot wordt ingevuld door de benoeming van Mattias als apostel. Het belangrijkste deel van de redenatie berust op het citaat uit Psalm 109:8 in Handeling 1:20. In Handelingen 1:20 staat: In het boek van de Psalmen staat namelijk geschreven: “Laat zijn woonplaats een woestenij worden en laat niemand daar meer verblijven.” En ook: “Laat een ander zijn taak overnemen.”

In Psalm 109:8 staat: Dat zijn dagen geteld zijn, een ander zijn ambt overneemt.

Op basis van deze verzen schrijft Eckhard dat de discipelen bijeen kwamen om de vacature op te vullen die was achtergelaten door Judas Iskariot. Ze handelden op basis van het profetische woord van David in de Psalmen. Let op – zegt Eckhard – dat het profetische woord, zoals geciteerd in Handelingen 1:20, deze bediening als een ambt identificeert. De betekenis van het profetische woord was daarom dat een ander het vacante ambt moest vervullen. Het is de wil van God dat iemand het ambt van apostelschap van generatie op generatie vervult. Mensen sterven, maar ambten blijven bestaan. Dit geldt zowel in de seculiere wereld als in de Kerk, vergelijkbaar met het ambt van president van de Verenigde Staten. Als de president sterft, sterft het ambt niet met hem; iemand anders neemt zijn plaats in. Hetzelfde geldt voor het ambt van apostelschap. Hoewel de vroege apostelen zijn gestorven, blijft het ambt van apostelschap tot op de dag van vandaag bestaan. Een ambt is een positie van gezag, plicht of vertrouwen die aan een persoon wordt gegeven. De persoon in het ambt moet de taken van het ambt trouw uitvoeren. De apostel is een ambtsdrager van de Kerk. Als ambtsdrager heeft de apostel taken en functies uit te voeren. Het is altijd de wil van God geweest dat dit ambt van generatie op generatie wordt uitgeoefend. Het was nooit Zijn wil dat het vacant zou zijn, nog steeds volgens Eckhard [28].

De vraag is: heeft hij gelijk? Is het apostelschap een ambt dat steeds opnieuw vervuld moet worden?
In Psalm 109 is in de gangbare Nederlandse vertalingen inderdaad sprake van een ambt. Dit woord is een vertaling van een Hebreeuws woord dat ‘ordening aanbrengen’ of ‘de leiding hebben’ betekent. Maar hoe zit dat in Handelingen 1? Is het feit dat er in de door Eckhard geciteerde vertaling (The New King James Version) gesproken wordt van een ‘ambt’ het bewijs dat er sprake is van het ‘doorgeven van het stokje’ van de ene apostel naar de andere? Als je verschillende vertalingen van Handelingen 1:20 in het Engels vergelijkt, dan zie je dat het woord office (ambt) ook op heel andere manieren vertaald wordt [30].

Ook in het Nederlands wordt Handelingen 1:20 in verschillende vertalingen anders weergegeven:
– In het boek van de Psalmen staat namelijk geschreven: “Laat zijn woonplaats een woestenij worden en laat niemand daar meer verblijven.” En ook: “Laat een ander zijn taak overnemen.” (Handelingen 1:20 NBV’21)

Want er staat geschreven in het boek van de Psalmen: Laat zijn woonplaats woest worden en laat er niemand zijn die daarin woont. En: Laat een ander zijn ambt als opziener nemen. (Handelingen 1:20 HSV)

Want er staat geschreven in het boek der Psalmen: Zijn plaats worde woest en er zij niemand, die erop woont, en: Een ander neme het opzicht, dat hij had. (Handelingen 1:20, NBG’51)

De NBV’21 spreekt van een taak, niet van een ambt. In de HSV wordt er gesproken van ambt als opzichter. De NBV’51 gebruikt het woord ambt niet, maar spreekt van het opzicht hebben. Het woord dat in de NBV’21 wordt vertaald als taak is het Bijbels Griekse ἐπισκοπή (episkopē). Dit is afgeleid van het werkwoord episkeptomai, dat onder andere de betekenis heeft van oppassen op, verzorgen, toezicht houden, inspecteren, de zieken verzorgen. [31]  In 1 Timoteüs 3:1 wordt het uitvoeren van deze taak  ‘leider van de gemeente’ (NBV), het ambt van opziener (HSV) of het opzienersambt (NBG’51) genoemd. Het is iemand die de plaatselijke gemeente leiding geeft. Mensen kunnen naar deze taak streven of verlangen; het is dus een taak die door meerdere mensen gedaan kan worden, zolang ze aan de kwalificaties voldoen (1 Timoteüs 3:2-7).

Er zijn dus duidelijke argumenten tegen het idee van de NAR over apostelen. Efeze 4 geeft geen aanwijzing dat er apostelen moeten zijn om kerk te leiden zodat deze zal groeien. Het gaat om individuele groei en onderling dienstbetoon wat leidt tot externe groei en eenheid, waardoor Christus’ doel met zijn Kerk wordt bereikt. Ambten kunnen dit opstarten, maar de uitvoering en verantwoordelijkheid ligt bij elke gelovige.
Mattias werd toegevoegd werd aan de apostelen (Handelingen 1:26) en hij kreeg een taak die -onder andere-  het toezichthouden op de gemeente inhield. Er was er op dat moment maar één: de gemeente in Jeruzalem. De toezichthoudende taak op een plaatselijke gemeente kon later, toen er meer gemeenten waren, ook door anderen gewenst en gedaan worden (1 Timoteüs 3). Het aanwijzen van Mattias als apostel is daarmee geen bewijs voor een voorgaande lijn van apostelen door de eeuwen heen.

Problemen met hedendaags apostelschap
Zoals hierboven genoemd: het gevoel “geroepen te zijn tot apostel” bepaalt of iemand een apostel is. Blijkbaar moet iedere gelovige door een apostel ‘geactiveerd worden’ voordat deze zich als gezondene kan inzetten; de ene apostel kiest dus de volgende. Waar is dan de roeping door God?
Wagner geeft een uitgebreidere omschrijving voor het (h)erkennen van een apostel: een apostel wordt herkend op basis van (Goddelijke) openbaring, door opleiding en door de vruchten die ze voortbrengen. Deze erkenning van een apostel moet plaatsvinden door het lichaam van Christus doordat zij ziet dat iemand de geestelijke gave en autoriteit als apostel ontvangen heeft. Ook hier zie je dat openbaring en erkenning door mensen een belangrijke rol speelt om apostel te zijn [29]

Samengevat is de basis voor mensen met apostolisch gezag in de hedendaagse kerk niet geworteld in een algemeen aanvaarde uitleg van de Bijbel, maar vooral in gevoel en erkenning van mensen. Dat is een smalle basis met veel risico voor zo’n hoge positie.

[1]  Handelingen 14:4; Romeinen 16:7; Galaten 1:9

De Bijbelteksten in dit blog zijn ontleend aan de NBV21 © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap 2021, tenzij anders aangegeven.

Voetnoten

[19] Alblas, Hans. 2022. A Different Breed/ . Second, fully revised edition: How to Relate to the New Apostolic Reformation. Omnicus.
[19E] blz. 39-40
[19F] blz. 34

[21] Van Roon, A. 1976 De Brief van Paulus Aan de Epheziërs. Uitgeverij C.F. Callenbach B.V.
[21A] blz. 107
[21B] blz. 107
[21C] blz. 107

[22] Floor, L. 1995. Efeziërs: Eén in Christus. Kok
[22A] blz. 152
[22B] blz. 153-157

[23] Centrum voor Bijbelonderzoek. Z.j. “Romeinen 16:7”. Internetversie Studiebijbel.  < https://online.studiebijbel.nl&gt; . Bezocht op 29 augustus 2017

[24] Bruce, F. 1993. The epistles to the Colossians, to Philemon, and to the Ephesians. William B Eerdmans Publishing Company. Blz. 346-347.

[25] Van den Berg, MR. 1981. De brief aan de Efeziërs: hoofd en lichaam. Buijten & Schipperheijn
[25A] blz. 77
[25B] blz. 79-81
[25C] blz. 77

[26] ] Christianity Stack Exchange. 19-08-2021. “Are There Any Denominations That Believe in Contemporary Apostles, and If So, How Is a Person Called to Be an Apostle according to Them?” <christianity.stackexchange.com/questions/84590/are-there-any-denominations-that-believe-in-contemporary-apostles-and-if-so-ho>. Bezocht op 30 april 2024.

[27] C. Peter Wagner. 2000. Apostles and Prophets: the foundation of the Church. Baker Books. (e-book zonder paginanummers).

[28] ] Eckhardt, J. 2017. Moving in the Apostolic. Chosen Books. (e-book zonder paginanummers).

[30] Bible Hub. Z.j. “Acts 1:20 – Matthias Replaces Judas.”  <biblehub.com/acts/1-20.htm.>  Bezocht op 30 april 2024.

[31] Blue Letter Bible. 2024. “G1984 – episkopē – Strong’s Greek Lexicon (kjv)”. <www.blueletterbible.org/lexicon/g1984/kjv/tr/0-1> . Bezocht op 30 april 2024.

[42] Leven Met God En de Bijbel. 2 oktober 2023. “NAR-Woorden in the Passion Translation.” <levenmetgodendebijbel.nl/nar-woorden-the-passion-translation/>. Bezocht 6 mei 2024.

Onbekend's avatar

Auteur: Bert Peppelman

Man, christen, echtgenoot, (schoon)vader, arbeidsongeschikt, autisme, actief in de kerk, dol op lezen, Bijbelstudie en preken, vakantieganger, verzot op Numenera: al die petjes passen, en nog veel meer.

Plaats een reactie