(tijd voor een luchtig momentje tussendoor)
Met een preek bedoel ik het toespreken van gemeenteleden van een kerk voorin de zaal. De eerste keer dat ik dat deed was onverwacht, onvoorbereid en kort.
Ik was ongeveer tien. Mijn ouders, broer en ik woonden toen in Arnhem en we gingen op zondag daar ook naar de kerk- of in Kampen, wanneer we op visite waren bij mijn oma. We waren vaste bezoekers van de Nederlands Gereformeerde Kerk (NGK), en dominee Holwerda stond destijds in Arnhem. De diensten in de NGK hadden een heel vaste structuur: de dominee kreeg en hand van één van de ouderlingen en beklom de preekstoel. Dan volgden votum en groet, zingen uit het Liedboek voor de Kerken onder begeleiding van het kerkorgel, gebed, Schriftlezing, preek, collecte en mededelingen, een afsluitend lied en de zegen. Waarom weet ik niet, meer op een dag week ds. Holwerda af van deze structuur. Hij vroeg of er mensen in de gemeente waren die iets wilden vertellen. Dat wilde ik wel, dus ik stak mijn hand op. En ik kreeg ook het woord, nadat de volwassenen die iets wilden zeggen waren uitgesproken. Daar stond ik, bovenop de preekstoel.
Waar ik het over had? Over dit gedeelte:
Ook is het met het koninkrijk van de hemel als met een koopman die op zoek was naar mooie parels. Toen hij een uitzonderlijk waardevolle parel vond, verkocht hij alles wat hij had en kocht die parel. (Matteüs 13:45-46)
Waarom dit gedeelte? Waarschijnlijk omdat ik het net had gelezen in de kinderbijbel van Evert Kuijt. Wat ik heb gezegd? Dat is een goede vraag, maar ik weet het niet meer precies. Ik heb het verhaal geparafraseerd en iets verteld over alles opgeven voor God.
Ik draag, sinds het overlijden van mijn moeder, dagelijks een herinnering aan dit moment mee. Nadat ik deze preek gehouden had, kreeg ik van haar een cadeau: een hanger met een parel. Als kind was ik daar niet eens heel blij mee: meisjes droegen kettingen, maar ik niet! Later ben ik het wel gaan waarderen en ik draag de hanger als goede herinnering.
