Geloven in wonderen
Toen ik op het ROC Nijmegen begon, was ‘alternatieve geneeswijzen’ een verplichte module voor apothekersassistenten in opleiding. Daarvoor heb ik diverse gastdocenten in de les gehad. Één van de gastsprekers was een gepensioneerde arts, een nierspecialist. Hij kwam namens de Vereniging tegen de Kwakzalverij vertellen waarom hij alternatieve geneeswijzen niet zinvol vond. Tot mijn verbazing begon hij zijn gastles ongeveer zo: ‘Beste jongens en meisjes, ik kom jullie vertellen wat een kwakzalverij alternatieve geneeswijzen zijn. Ik wil aantonen dat wonderen niet bestaan! Als één van jullie daarvan na afloop van mijn verhaal overtuigd is, dan heb ik mijn doel bereikt.’ Het is de beste man destijds niet gelukt om mij – of één van de leerlingen – te overtuigen.
De visie van die gastdocent en mijn visie op wonderen staan ver uit elkaar. Ik kan mij meer vinden in een uitspraak van David Ben-Gurion, de eerste premier van het huidige Israël. Toen iemand tegen Ben-Gurion zei: ‘De wording van de staat Israël is werkelijk een wonder’, antwoordde hij: ‘Wie niet in wonderen gelooft, is geen realist.’
Waarom geloof ik in wonderen?
– Ik geloof in God en in Zijn woord. De Bijbel staat vol wonderen, grote en kleine. Zonder de wonderen die in de Bijbel beschreven staan, zou ons hele geloof ineenstorten. De geboorte, opstanding en hemelvaart van onze Heer Jezus zijn stuk voor stuk wonderen.
– Ik heb wonderen gezien en mensen gesproken die wonderen hebben meegemaakt. Daarin sta ik niet alleen. Als er in de gemeente een getuigenis wordt gedeeld, dan gaat dit geregeld over een wonderlijke genezing of een ander ingrijpen van God.
Heeft God mensen nodig om een wonder te kunnen doen? Nee, absoluut niet! Denk aan de schepping. Dit wonder is Gods werk alleen. De opstanding, de hemelvaart en de tweede komst van Jezus gaan buiten de mens om. Maar toen ik in de Bijbel op zoek ging naar wonderen, vielen me een aantal zaken op:
– God gebruikt mensen voor het uitvoeren van wonderen
– God laat wonderen soms afhangen van de mensen
– Sommige wonderen zijn voor de buitenstaander geen wonder
– Wonderen waarbij mensen zijn betrokken zijn zelden een eindpunt.
God gebruikt mensen
Vaak zie je een wonder gebeuren na de actie van een mens. Een paar voorbeelden:
– God spleet de Rietzee, nadat Mozes zijn staf over de zee had uitgestrekt (Ex.14:15-16)
– God riep de zoon van de vrouw uit Sunem terug uit de dood, nadat Elisa voor hem had gebeden en op hem was gaan liggen (2 Kron 8: 32-35)
– Een verlamde man werd genezen nadat zijn vrienden hem naar Jezus hadden gedragen en een gat in een dak hadden gemaakt om de man voor Jezus voeten te laten zakken (Marcus 2:3-4)
Had God zonder menselijke actie de Rietzee kunnen splijten, een dode jongen tot leven kunnen wekken en een lamme kunnen genezen? Ja, zonder twijfel. Alleen: meestal doet God dat niet. De Bijbel en de geschiedenis zijn gevuld met verhalen over wonderen waarin God verwacht dat de mens met Hem meedoet. God verwacht dat mensen meebouwen aan Zijn koninkrijk, ook in wonderen. Werken via de mens is niet Gods ‘plan B’, maar de manier waarop God meestal werkt.
Doet de mens dan wonderen? Nee, een wonder heeft altijd een bovennatuurlijke bron. Deze bron is God of de boze. Satan kan wonderen doen, om daarmee mensen te verleiden en te beïnvloeden. Denk aan de tovenaars aan het hof van de Farao, die net zoals Mozes hun staf in een slang konden veranderen. Ze konden water in bloed veranderen en kikkers oproepen. Het leek erop dat de tovenaars net zo machtig waren als Mozes en zijn God. De wonderen van de tovenaars leken God tegen te werken, het leek erop alsof Israëls God niet de machtigste was.
Tot de vierde plaag. Vanaf dat moment riep God ze een halt toe. Hij verbood Satan om Zijn werk nog langer te imiteren. De macht van Satan is beperkt. God staat in deze zondige wereld toe dat Satan tegen Hem ingaat. Satan kan daarin zelfs wonderen laten gebeuren. Maar God bepaalt de grenzen. Als Hij ‘stop’ zegt, dan heeft Satan niets meer in te brengen. Wat mij opvalt: de tovenaars konden de zaak verergeren: meer slangen, meer bloed, meer kikkers. Wat ze niet konden: de rampen beëindigen! Reddende, genezende wonderen zonder een schadelijk bijeffect komen alleen van God.
Soms laat God het wonder afhangen van mensen
Het is niet zo dat alleen Satan de macht gekregen heeft om Gods wonderen tegen te werken. Hoe vreemd het misschien ook klinkt: mensen hebben deze macht ook. God houdt zoveel van ons dat hij de mens met een vrije wil heeft geschapen. We kunnen kiezen: voor Hem, of tegen Hem. Hem gehoorzamen, Hem niet gehoorzamen, of niet kiezen. En als we niet kiezen, of tegen Hem kiezen, dan staat Hij ons zelfs toe om een wonder tegen te werken. De Bijbel geeft hiervan voorbeelden.
Een eerste voorbeeld staat in Marcus 6: 1-6. Jezus komt in Nazareth, en de mensen daar geloven niet dat Hij de gezalfde is. De mensen nemen aanstoot aan Hem. Hij kon daar geen enkel wonder doen, behalve dat Hij een paar zieken de handen oplegde en hen genas (vers 5).
Een tweede voorbeeld staat in 2 Koningen 13: Toen Elisa ziek was geworden en op sterven lag, zocht koning Joas van Israël hem op. Huilend riep hij uit: ‘Vader, vader! Strijdwagen en ruiterij van Israël!’ Elisa zei tegen de koning: ‘Haal een boog en pijlen.’ Toen Joas dat gedaan had, zei Elisa: ‘Span de boog.’ Joas spande de boog, en Elisa legde zijn handen over de handen van de koning heen en zei: ‘Open het venster dat uitziet naar het oosten.’ Joas opende het venster, en Elisa zei: ‘Schiet!’ De koning schoot een pijl af, en Elisa zei: ‘Deze pijl is een overwinningsteken van de HEER. Deze pijl betekent de overwinning op Aram. Bij Afek zult u Aram vernietigend verslaan.’ Daarna zei Elisa: ‘Pak uw pijlen.’ Joas nam de pijlen in zijn hand en Elisa zei tegen de koning: ‘Sla met de pijlen op de grond.’ Joas sloeg driemaal met de pijlen op de grond, niet vaker. Toen riep de godsman woedend uit: ‘Had maar vijf of zes keer geslagen! Dan zou u Aram vernietigend verslagen hebben. Nu zult u Aram maar drie keer een nederlaag toebrengen.’ (vers 14-19)
Joas gehoorzaamde maar voor een deel. Hij hield op toen hij het wel goed vond. De ‘gehoorzaamheid’ van Joas was respect voor Elia, geen gehoorzaamheid aan God. Toch is God trouw: Hij doet wat Hij heeft beloofd, zelfs als Joas het laat afweten. Wat God beloofde, een overwinning op Aram, dat schenkt Hij. Maar het wonder wordt ‘afgezwakt’ door de ongehoorzaamheid van Joas.
Wat leren deze Bijbelgedeeltes ons. Dat God voor het uitvoeren van Zijn wonderen afhankelijk is van de mens? Dat God geen wonderen kan doen wanneer er sprake is van ongeloof? Nee, absoluut niet! God kan doen wat Hij wil! En of Hij een wonder wil doen, dat laat Hij soms afhangen van ons! De almachtige God geeft ons een keuze: wel of niet gehoorzamen, Hem wel of niet volgen. Aan deze keuze verbindt Hij een gevolg: wel of geen wonderen meemaken. Dit kun je niet omdraaien, alsof iemand die zelden tot nooit wonderen ziet ongehoorzaam is of te weinig geloof heeft.
Niet alle wonderen vallen op
Kijk eens naar deze verzen uit 1 Koningen 17: 1 en 1 Koningen 18: 1-4.
De Tisbiet Elia uit Gilead zei tegen Achab: ‘Zo waar de HEER leeft, de God van Israël, in wiens dienst ik sta, de eerstkomende jaren zal er geen dauw of regen komen tenzij ik het zeg.’
Voor er drie jaren verstreken waren, richtte de HEER zich opnieuw tot Elia, met de woorden: ‘Ga je opwachting maken bij Achab. Ik zal weer regen op de aarde laten vallen.’Elia ging dus op weg naar de koning. Intussen was de hongersnood in Samaria zo groot geworden, dat Achab zijn hofmeester Obadja ontboden had. Deze Obadja had groot ontzag voor de HEER. Toen koningin Izebel de profeten van de HEER liet uitroeien, had Obadja honderd van hen in twee groepen van vijftig in grotten verborgen en hen daar van voedsel en drinkwater voorzien.
Hoeveel wonderen zie je als je deze teksten leest? Dat het bijna drie jaar niet regent, omdat Elia dat in Gods naam heeft gezegd, dat is duidelijk een wonder. Heb je het tweede wonder ook gezien? Dat in een tijd van extreme hongersnood en vervolging een groep van 100 profeten wordt voorzien van een veilig onderdak, van eten en drinken. En dat onder de neus van de vervolger.
Nu zou je kunnen zeggen: dat is toch geen wonder? Obadja heeft dat gedaan. En zo wordt vaak tegen wonderen aangekeken. Zo worden wonderen gemist. Het klopt: Obadja heeft de profeten verzorgd en gevoed. Maar hoe kwam hij aan eten en aan water? Waarom is Obadja al die jaren niet gesnapt? Het antwoord staat in het gelezen gedeelte: ‘Obadja had groot ontzag voor de Heer’. De NBG zegt het nog sterker: ‘Obadja was iemand, die de HERE zeer vreesde’. Daarom deed Obadja wat goed was, en de Here zegende dat. Daardoor overleefde 100 profeten wonderlijk. Had dit verhaal niet in de Bijbel gestaan, dan hadden we niets van dit wonder afgeweten.
Maar God zorgde toen, en Hij zorgt nu, voor zijn kinderen. Ook in “onzichtbare” wonderen. Langs wegen waarvan een niet-gelovige zegt: dat was geen wonder. Dat was mensenwerk, burgerlijke ongehoorzaamheid, toeval of geluk. Ja, het wonder gebeurde via een mens, het werd uitgevoerd door Obadja. Maar God deed het.
Wonderen zijn geen eindstation
Als je in de Bijbel leest over wonderen waar een mens aan mag meewerken, dan zie je: zo’n wonder is eigenlijk nooit een doel op zichzelf. Een wonder gebeurt niet ‘om het wonder’, maar om op te roepen tot actie. Als de discipelen rondtrekken om Jezus’ boodschap te verkondigen, dan doen ze wonderen in Zijn naam. Daarbij roepen ze op tot bekering, levensheiliging, gehoorzaamheid. Het wonder is een wegwijzer, geen eindstation.
De Bijbelteksten in dit blog zijn ontleend aan de NBV21 © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap 2021, tenzij anders aangegeven.