Jacob zag God. Mozes zag God. Hoe zit het met ons? Hebben wij een kans om God te zien? Of staan we er in een crisis alleen voor? Jezus’ leerlingen hadden die vraag ook, in hun grootste crisis. Hoe moeten ze verder zonder Jezus?
Toon ons de Vader
Vlak voor Zijn dood houdt Jezus een lange rede voor zijn leerlingen. Met alles wat Hij zegt, zakt hen de moed dieper in de schoenen. Ze hoopten dat Jezus Israël zou verlossen van de Romeinen. Maar daar zegt Hij niets over. Jezus spreekt over doodgaan, lijden, weggaan en hen achterlaten.
Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op Mij. In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou Ik anders gezegd hebben dat Ik een plaats voor jullie gereed zal maken? Wanneer Ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom Ik terug. Dan zal Ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar Ik ben. Jullie kennen de weg naar waar Ik heen ga.’ Toen zei Tomas: ‘Wij weten niet eens waar U naartoe gaat, Heer, hoe zouden we dan de weg daarheen kunnen weten?’ Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door Mij.
Als jullie Mij kennen zullen jullie ook mijn Vader kennen, en vanaf nu kennen jullie Hem, want jullie hebben Hem zelf gezien.’ Daarop zei Filippus: ‘Laat ons de Vader zien, Heer, meer verlangen we niet.’ Jezus zei: ‘Ik ben nu al zo lang bij jullie, en nog ken je Me niet, Filippus? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Waarom vraag je dan om de Vader te mogen zien? Geloof je niet dat Ik in de Vader ben en dat de Vader in Mij is? Ik spreek niet namens mezelf als Ik tegen jullie spreek, maar de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werk door Mij. Geloof Me: Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij. Als je Mij niet gelooft, geloof het dan om wat Hij doet. (Johannes 14: 1-11)
Filippus wil zekerheid. Hij heeft de afgelopen drie jaar heel veel gezien. Hij heeft de lessen van Jezus gehoord. Maar de uitspraak dat ze de Vader hebben gezien, die landt niet. Filippus kent de verhalen, hoe Jajob, Mozes en Jesaja iets van God hebben gezien. Als hij – en de andere discipelen – dat nu ook eens kregen. Dat zou een enorme troost, een grote zekerheid zijn. Dat kan Jezus toch wel doen, nu het zo moeilijk is? Ook tegenwoordig hebben christenen dat idee: als ik God maar kon zien, dan was alles goed. Dan twijfel ik niet meer, dan ben ik niet meer bang. Jakob zag God en werd gezegend. Mozes zag God en zijn gezicht straalde. Jesaja zag God en kreeg een roeping als profeet. Nu ik nog! Als ik God zie, dan…
Paul Wilbur heeft een lied met die strekking gemaakt1. Het refrein hiervan is:
Show me your face, Lord
Show me your face
And then gird up my legs, I might stand in this holy place
Show me your face, Lord
Your power and your grace
I will make it to the end, if I could just see your face
Hij roept het uit: Als ik maar Uw gezicht kon zien, dan zou ik het volhouden, tot aan het einde. Zo ziet Filippus het ook. Jezus vraagt wel heel veel, hij heeft een duwtje in de rug nodig om vol te houden. Zoveel vraagt hij toch niet?
Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien
Jezus antwoord is niet wat Filippus verwachtte: ‘Ik ben nu al zo lang bij jullie, en nog ken je Me niet, Filippus? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Waarom vraag je dan om de Vader te mogen zien? ‘ Jakob zag God maar één keer. Mozes ontmoette God geregeld in de tent van de samenkomst, maar hij zag Gods gezicht maar één keer. Maar Jezus’ leerlingen hebben het veel beter: zij zien de Vader iedere dag! Hoe dan? Omdat ze Jezus zien.
Jezus is het beeld van God, de onzichtbare2. Jezus en de Vader zijn zo één, dat je ze niet los van elkaar kunt kennen. Wie Jezus kent, kent ook de Vader. Wie ziet wat Jezus doet, weet ook wat God doet. En andersom: wie weet hoe God is, weet wat hij van Jezus kan verwachten.
Filippus vraagt niet teveel, hij vraagt te weinig van Jezus. Fillipus wil een eenmalige ervaring, een knallende ontmoeting met God om op te kunnen teren. Een ontmoeting van aangezicht to aangezicht (face to face) met God heeft altijd een effect. Soms leidt het tot een blijvende verandering. Maar de diepgaande ervaring, het gevoel van intense verwondering, dat slijt. Jakob kreeg een nieuwe naam: Israël. En na de ontmoeting met God zie je hem niet meer liegen en bedriegen. Hij is veranderd. Maar hij is niet perfect. Jakob trekt twee van zijn zonen voor, hij maakt fouten als vader.
Mozes’ gezicht straalt, mensen erkennen hem als leider. Eventjes. Al snel heeft Mozes weer de oude problemen, en hij mag door zijn zonde het beloofde land niet in.
Jezus geeft meer
Filippus zag Jezus. Niet eenmalig, maar dagelijks. En daarmee zag hij elke dag God de Vader.
Jezus is in de hemel. Wij zien Hem niet zoals Filippus Jezus zag. En toch is Hij er. Jezus is bij ons in de Bijbel, die steeds naar Hem wijst. Jezus is bij ons door de Heilige Geest, die alle gelovigen van Hem krijgen. Jezus woont in ons.
Wij hoeven in een crisis niet te hopen dat we God één keer zullen zien. Wij zien Jezus.
De Bijbelteksten in dit blog zijn ontleend aan de NBV21 © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap 2021, tenzij anders aangegeven.