Harde woorden uit liefde

In de laatste week van Jezus’ leven, vlak voor Zijn kruisiging, komt Hij in conflict met de farizeeërs en schriftgeleerden in de tempel. Zijn boodschap is hard: Hij noemt hen huichelaars en blinde leiders, die alleen om uiterlijke schijn geven. Jezus wil dat ze Hem erkennen als de Messias en het geloof in praktijk brengen in plaats van alleen kennis te hebben. Deze krachtige toespraak is Zijn laatste kans voor hen om echt naar Hem te luisteren en te kiezen voor een leven met God.

Het is de laatste week van Jezus’ leven,de week voordat Hij gekruisigd wordt. Hij is op een ezel Jeruzalem binnen getrokken, en de mensen langs de kant van de weg hebben takken en mantels op de weg neergelegd en Hem toegejuicht. “Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer!”. Hij heeft een vijgenboom vervloekt.
De volgende dag geeft Hij les in de tempel. Daar botst Hij met farizeeërs en schriftgeleerden, die van Jezus willen weten waar Hij zijn gezag vandaan heeft. Als ze Jezus niet op die manier in diskrediet kunnen brengen, dan proberen ze Jezus met strikvragen ten val te brengen. Alles mislukt.
Daarna houdt Jezus zijn laatste openbare toespraak. Alles wat na Matteüs 23 gebeurt (behalve wat Jezus aan het kruis zegt), is alleen voor Zijn discipelen bedoelt. Maar daarvoor spreekt Jezus nog één keer tot het hele volk.

Matteüs 23
Daarna richtte Jezus zich tot de menigte en tot zijn leerlingen en zei: ‘De schriftgeleerden en de farizeeën hebben plaatsgenomen op de stoel van Mozes. Houd je dus aan alles wat ze jullie zeggen en handel daarnaar; maar handel niet naar hun daden, want ze doen zelf niet wat ze jullie voorhouden. Ze bundelen alle voorschriften tot een zware last en leggen die de mensen op de schouders, terwijl ze zelf geen vinger uitsteken om die te verlichten. Al hun daden zijn erop gericht om door de mensen gezien te worden. Ze verbreden immers hun gebedsriemen en maken de kwastjes aan hun kleren langer, ze verlangen een ereplaats bij feestmaaltijden en in synagogen, en hechten eraan op het marktplein eerbiedig begroet te worden en door de mensen rabbi genoemd te worden. Jullie moeten je niet rabbi laten noemen, want jullie hebben maar één meester, en jullie zijn elkaars broeders en zusters. En noem niemand op aarde vader, want jullie hebben maar één vader, de Vader in de hemel. Laat je ook geen leraar noemen, want jullie hebben maar één leraar, de messias. De belangrijkste onder jullie zal jullie dienaar zijn. Wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd.
Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, jullie versperren de mensen de toegang tot het koninkrijk van de hemel. Zelf gaan jullie er niet binnen, maar jullie houden ook degenen die er willen binnengaan tegen.
Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, jullie bereizen zee en land om één enkele proseliet te winnen, en wanneer je hem eenmaal voor je gewonnen hebt, wordt hij dankzij jullie iemand die voor de Gehenna bestemd is, meer nog dan jullie zelf.
Wee jullie, blinde leiders, jullie zeggen: “Wanneer iemand zweert bij de tempel, is dat niet geldig. Alleen wie zweert bij het goud van de tempel, is aan die eed gebonden.” Dwaas zijn jullie en blind. Wat is nu van meer waarde: het goud of de tempel die het goud geheiligd heeft? Zo zeggen jullie ook: “Wanneer iemand zweert bij het altaar, is dat niet geldig. Alleen wie zweert bij de offergave die daarop ligt, is aan die eed gebonden.” Blind zijn jullie. Wat is nu van meer waarde: de offergave of het altaar dat de offergave heiligt? Wie dus zweert bij het altaar, zweert daarbij en bij alles wat daarop ligt. En wie zweert bij de tempel, zweert daarbij en bij degene die hem bewoont. En wie zweert bij de hemel, zweert bij de troon van God en bij Hem die daarop gezeten is.
Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, jullie geven tienden van munt, dille en komijn, maar veronachtzamen wat in de wet zwaarder weegt: recht, barmhartigheid en trouw, terwijl men het een zou moeten doen zonder het andere te laten. Blinde leiders zijn jullie, die uit hun drank de muggen ziften, maar een kameel wegslikken.
Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, jullie reinigen de buitenkant van bekers en schalen, maar de binnenkant blijft vol roofzucht en onmatigheid. Blinde farizeeër, reinig eerst de binnenkant van de beker, dan wordt de buitenkant vanzelf ook schoon.
Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, jullie lijken op witgepleisterde graven, die er vanbuiten wel fraai uitzien, maar vol liggen met doodsbeenderen en andere onreinheden. Zo lijken ook jullie voor de mensen vanbuiten rechtvaardig, maar vanbinnen is het een en al huichelarij en wetsverachting.
Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, jullie bouwen grafmonumenten voor de profeten en versieren de graven van de rechtvaardigen, en jullie zeggen: “Als wij geleefd hadden in de tijd van onze voorouders, zouden wij ons niet zoals zij schuldig hebben gemaakt aan de moord op de profeten.” Daarmee erkennen jullie zelf dat jullie kinderen zijn van hen die de profeten vermoord hebben. Maak de maat van jullie voorouders dan maar vol! Slangen zijn jullie, addergebroed, hoe denken jullie te kunnen ontkomen aan een veroordeling tot de Gehenna?
Daarom, luister! Ik stuur profeten en wijzen en schriftgeleerden naar jullie toe. Jullie zullen sommigen van hen doden, kruisigen zelfs, en anderen in jullie synagogen geselen en van stad tot stad vervolgen. Zo zal al het onschuldige bloed dat op aarde is vergoten jullie worden aangerekend, vanaf het bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het bloed van Zecharja, de zoon van Berechja, die jullie vermoord hebben tussen de tempel en het altaar. Ik verzeker jullie: op deze generatie zal dit alles neerkomen. Jeruzalem, Jeruzalem, jij die de profeten doodt en stenigt wie naar je toe zijn gestuurd! Hoe vaak heb Ik je kinderen niet bijeen willen brengen zoals een hen haar kuikens verzamelt onder haar vleugels, maar jullie hebben het niet gewild. Jullie tempel wordt geheel aan zijn lot overgelaten. Ik verzeker jullie: vanaf nu zullen jullie Mij niet meer zien, totdat je zult zeggen: “Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer!
”’

Harde woorden
Mensen leggen vaak de nadruk op de liefde van Jezus: ‘God is liefde’. Maar deze toespraak liegt er niet om. Jezus noemt de farizeeërs en schriftgeleerden ‘huichelaars’, ‘blinde leiders’, ‘dwaas en blind’, ‘slangen’ en ‘addergebroed’. Hij vergelijkt hen met witgepleisterde graven die er goed uitzien, maar van binnen door en door rot zijn. Dat zijn heftige woorden! En het klinkt niet bepaald vriendelijk of liefdevol. Wat bezielt Jezus? Weet Hij niet dat Hij hiermee kwaad bloed zet?

Jezus weet dat dit Zijn laatste toespraak in de tempel is. Hij weet dat Zijn dood eraan komt. Jezus heeft drie jaar lang van alles gedaan om de farizeeërs en schriftgeleerden te bereiken. Hij heeft les gegeven, Hij heeft met ze gediscussieerd, Hij heeft met ze gegeten, Hij heeft een aantal van hen gecomplimenteerd. En tot op het laast erkent Jezus het leergezag dat zij hebben.

Jezus is niet sarcastisch, wanneer Hij zegt: ‘De schriftgeleerden en de farizeeën hebben plaatsgenomen op de stoel van Mozes. Houd je dus aan alles wat ze jullie zeggen en handel daarnaar.’ De Joodse wet moet geïnterpreteerd worden, er zijn vragen die niet eenvoudig te beantwoorden zijn. Zulke vragen moeten aan de wet worden getoetst. Daar weten de schriftgeleerden en de farizeeën wel raad mee. Ze weten veel over God en Zijn wetten. En vanuit dat weten, die kennis, geven ze de juiste antwoorden op vragen. Daarom zegt Jezus: houd je aan alles wat ze jullie zeggen en handel daarnaar. Met de kennis, de feiten was niets mis. Niemand kende de TeNaCH (het ‘Oude Testament’) zo goed als farizeeërs en schriftgeleerden. Niemand wist zo goed wat er in het verleden over de TeNaCH gezegd was als deze groep. Jezus erkent deze kennis en de waarde van het gebruik ervan. Er is niets mis met de Bijbel goed kennen. Integendeel, via de Bijbel laat God weten wie Hij is en wat Hij van ons wil.

Maar Jezus weet ook: kennis alleen is niet voldoende. De farizeeërs en schriftgeleerden waren trots op wat ze wisten. Zij vonden zichzelf beter dan ‘de gewone man’, ‘het volk dat de wet niet kent’. Ze beantwoordden vragen niet om mensen te helpen – al waren de farizeeërs wel zo begonnen -, maar om te laten zien hoe goed zij waren. Alle nadruk lag op uiterlijke schijn, op vroomheid, op eer en waardigheid. Een farizeeër zou zijn uiterste best doen om zich nooit te verontreinigen. Daarom zeefden ze drinken door een doek, zodat er geen mug -het kleinste onreine dier- in de beker zou zitten. Tuinkruiden vielen niet onder de tienden, maar die hadden ze toegevoegd aan hun gaven uit angst om God tekort te doen. Jezus veroordeelt dat niet.

Verkeerde keuzes
Waarom dan toch deze felle woorden? Omdat alle nadruk lag op de buitenkant: kijk mij eens vroom zijn! Kijk mij eens alles weten! Kijk eens hoeveel ik over heb voor God: ik geef zelfs tienden van tuinkruiden! Kijk eens naar MIJ! Jezus schetst een beeld van mensen die zo vroom zijn dat ze een mug uit het drinken zeven, terwijl ze op een kameel -het grootste onreine dier- kauwen.

Het slaat nergens meer op. Het gaat niet meer om God. Het gaat om de mooie buitenkant, het witgeverfde graf. Dat de binnenkant slecht is, daar gaat het al lang niet meer om. Daarom spreekt Jezus zijn verdriet en frustratie uit: ‘Jeruzalem, Jeruzalem, jij die de profeten doodt en stenigt wie naar je toe zijn gestuurd! Hoe vaak heb Ik je kinderen niet bijeen willen brengen zoals een hen haar kuikens verzamelt onder haar vleugels, maar jullie hebben het niet gewild.’

Discussiëren, samen eten, onderwijzen: Jezus deed het vanuit Zijn liefde voor het Joodse volk, de Joodse leiders, hier gesymboliseerd door Jeruzalem. De Joden zouden de volken moeten aantrekken. Ze zouden mensen moeten leiden naar de Messias, naar Jezus. Drie jaar lang heeft Jezus Zijn liefde, Zijn macht, Zijn goedheid en Zijn wijsheid laten zien. Het resultaat? De leiders, die het volk zouden moeten voorgaan in het herkennen en erkennen van de Messias, wijzen Jezus af. Deze laatste toespraak van Jezus is een wake-upcall. Dit is de laatste kans voor de religieuze leiders om niet alleen veel over God te weten, maar God ook te volgen. Om een stralend licht voor de volken te zijn. Jezus ‘wil wel’. Hij heeft ‘alles’ gedaan, Hij wil de kinderen bijeenbrengen.  In deze laatste toespraak geeft Jezus duidelijk aan welke keuze er nu gemaakt moet worden: Erken Jezus als de Messias. Kies ervoor om God lief te hebben met hart, ziel en verstand en alle naasten als jezelf. Of ga door op de eigen, zinloze weg. Alles weten, maar het puur als theorie behandelen. De hele Bijbel kunnen citeren, maar je eigen interpretatie, je eigen regels boven de woorden van God stellen.

Drie jaar lang liefde laten zien heeft de religieuze leiders er niet van overtuigd dat Jezus de Messias is. Met deze toespraak bonkt Jezus nog één keer op de deur van hun hart en verstand. Hij scheldt: ‘dwaas’, ‘slang’, ‘witgekalkt graf’! Liefde moet soms harde woorden spreken. Soms is een pijnlijke confrontatie de enige manier voor de liefde om zich te uiten. Dat is het laatste moment waarop er gekozen kan worden! Daarom de keiharde woorden; uit liefde.

De keuze van de farizeeërs en schriftgeleerden is duidelijk: Jezus moet dood. Ze roepen: ‘kruisigt Hem!’ Jezus is een bedreiging voor hun aanzien en comfort. Liever de onrustzaaier doden dan kritisch naar zichzelf kijken. Alles moet vooral bij het oude blijven.

Tijd om te kiezen
Wat kies jij? Ken je de Bijbel en pas je die toe in jouw leven? Ga je ervoor om veel over God te weten, of om God te kennen? Wanneer je in de Bijbel leest, bijt jij je dan vast in vragen die interessant, maar ‘ver van je bed’ zijn? Of is de Bijbel een spiegel: wat vraagt God in dit gedeelte, wat heeft het mij te zeggen, doe ik dat ook? Gaan je naar een ander toe als je vragen hebt, of zoek je alles zelf uit en is jouw interpretatie de juiste?
Lijken op een farizeeër of schriftgeleerde ligt op de loer als je van Bijbellezen en Bijbelstudie houdt. Voor je het weet ben je meer bezig met wat andere mensen over de Bijbel hebben gezegd en geschreven, dan met wat de Bijbel zegt. Je zoekt alleen die teksten, die boeken en die preken die bevestigen wat volgens jou ‘de juiste Bijbeluitleg’ is. Alles moet vooral bij het oude blijven.

Durf te twijfelen aan wat jíj in de Bijbel leest! Ik zeg NIET: twijfel aan de Bijbel. De Bijbel is Gods woord, Zijn waarheid. Daar valt niet aan te twijfelen. God liegt niet. Als iemand iets zegt wat duidelijk afwijkt van wat de Bijbel – en bijvoorbeeld de schepping of de kruisiging ontkent – dan is er geen enkele reden om aan je gelijk te twijfelen. In zo’n geval kun je zeggen: ‘ik weet dat ik gelijk heb, want dat zie ik in Gods woord’.

Wanneer het niet zo duidelijk is, dan kan het zijn jij je vergist bij het uitleggen van de Bijbel. Dat er verschillende visies op één onderwerp zijn. Dan is het een goed idee om je interpretaties, je ideeën, je gedachten over de Bijbel te toetsen bij je broers en zussen in Christus. Niet alleen bij die broers en zussen die exact hetzelfde geloven als jij, maar juist ook bij hen die een andere mening hebben. Kijk eens een preek van een ander kerkgenootschap. Lees een boek van een christelijke schrijver met een andere mening. Praat eens met een broer of zus uit een andere kerk. Niet om te ontdekken waarom de ander het fout heeft. Maar om je aannames en ideeën oprecht te toetsen. Om van elkaar te leren. Het kan zijn dat de ‘onaangename woorden’ van de ander je dichter bij Jezus brengen.

Voetnoot
De Bijbeltekst in dit blog is ontleend aan de NBV21 © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap 2021

De zegen van Heman

Parels in namenlijstjes (I)

Veel mensen slaan namenlijsten in de Bijbel over. Ik doe geregeld hetzelfde. De namen zeggen ons niets en ze zijn moeilijk uit te spreken. De lijsten gaan vaak over mensen met een specifieke functie: priesters, levieten, tempelzangers en deurwachters. Of het is ellenlange lijst van tien hoofdstukken (1 Kronieken 1 tot en met 9) beginnend bij Adam tot aan mensen die uit de Joodse ballingschap zijn teruggekeerd. Wat moeten we ermee? We zijn geen Joden en er is (nu) geen fysieke tempel meer in Jeruzalem. Gewoon maar overslaan?

Toch niet. Het heeft het waarde om de tekst (snel) te lezen, en te vertragen wanneer de lijst met namen onderbroken wordt. Soms wil de Heilige Geest– door de schrijvers van de Bijbel – ons iets vertellen door in ‘saaie’ lijstjes een opmerking in te voegen. Het gebed van Jabes uit 1 Kronieken 4 is misschien wel het bekendste voorbeeld hiervan. Maar er zijn veel meer onderbrekingen in ‘saaie’ lijstjes waarvan we kunnen leren.
Bijvoorbeeld in 1 Kronieken 25: 1-7: De nakomelingen van Asaf, Heman en Jedutun werden door David en de hoofden van de eredienst van de gewone taken vrijgesteld om de lofliederen te zingen onder begeleiding van lieren, harpen en cimbalen. Hier volgt de lijst van de mannen die deze taak moesten verrichten: uit de familie van Asaf: Zakkur, Josef, Netanja en Asarela, zonen van Asaf. Zij begeleidden Asaf wanneer hij de lofliederen zong volgens de aanwijzingen van de koning. Uit de familie van Jedutun: Jedutuns zes zonen Gedalja, Seri, Jesaja, Chasabja en Mattitja. Zij begeleidden hun vader Jedutun wanneer hij onder begeleiding van de lier zong om de HEER te loven en te prijzen. Uit de familie van Heman: Hemans zonen Bukkiahu, Mattanja, Uzziël, Sebuel en Jerimot, Chananja, Chanani, Eliata, Giddalti en Romamti-Ezer, Josbekasa, Malloti, Hotir en Machaziot. Zij waren de zonen van Heman, de ziener van de koning, die de woorden van God ontving en ze kracht bijzette. (God schonk Heman veertien zonen en drie dochters.) Zij allen begeleidden hun vaders Asaf, Jedutun en Heman op cimbalen, harpen en lieren bij de lofzang in de tempel van de HEER, en luisterden zo, volgens de aanwijzingen van de koning, de dienst in de tempel van God op. Met hun andere verwanten die in de zangkunst voor de HEER waren opgeleid, bestond de groep volleerde zangers uit tweehonderdachtentachtig man.

De onderbreking zit in vers 5, die op verschillende manieren vertaald kan worden. De NBV21 zegt: Zij waren de zonen van Heman, de ziener van de koning, die de woorden van God ontving en ze kracht bijzette. (God schonk Heman veertien zonen en drie dochters.)
De Willibrordvertaling uit 1975 kiest ervoor (net als de NBG51) om een typisch Joodse uitdrukking in de tekst niet te vertalen. In de Willibrordvertaling staat: Zij allen waren zonen van Heman, de ziener van de koning; God had Heman beloofd dat Hij zijn hoorn zou verheffen en daarom had Hij hem veertien zonen en drie dochters gegeven.

De vertalingen zijn het er over eens dat Heman de ziener van koning David was en dat Heman 14 zonen en 3 dochters had. Maar ze worstelen met de betekenis van de uitdrukking over ‘de hoorn verhogen’. De uitdrukking zelf is te vertalen. De hoorn verhogen betekent ‘iets of iemand kracht geven’ of ‘iemand belangrijk maken’. Wat onduidelijk blijft: van wie wordt de hoorn verhoogd? De NBV kiest ervoor de ‘de hoorn verhogen’ te laten terugslaan op Gods woorden. Heman ontving de woorden van God en hij zette die woorden kracht bij – hij verhoogde dus de hoorn van Gods woorden. De opmerking over de 17 kinderen is bij deze interpretatie eigenlijk overbodig, en de NBV zet dit dan ook tussen haakjes.

Is de interpretatie van de NBV21 mogelijk, zonder de tekst geweld aan te doen? Ja. Heman wordt een ziener genoemd, waarmee hij wordt erkend als een profeet (zie 1 Samuël 9:9). Alle personen uit 1 Kronieken 25 loven en prijzen de HEERE en onderwijzen daarmee het volk – de NBG51 noemt dit ‘profeteren’. Maar de woorden van Heman, die hij als profeet van God spreekt, gaan verder en hebben meer gezag, meer kracht dan de algemene lofprijzing. Hij verhoogt door zijn profetisch spreken de hoorn van Gods woorden.

Als je voor deze interpretatie kiest, dan blijf je wel een beetje zitten met die opmerking over de kinderen van Heman. Wat boeit het dat de beste man 17 monden te voeden had? De Willibrordvertaling, maar bijvoorbeeld ook de New Living Translation, laten ‘de hoorn verhogen’ daarom terugwijzen naar Heman zelf! Het is niet Heman die God verhoogt, maar God verhoogt (of eert) Heman. Op welke manier? Door hem 14 zonen en 3 dochters te schenken.

De gedachte dat kinderen een zegen, een beloning van God zijn, kom je vaker tegen in de Bijbel. Bijvoorbeeld in psalm 127, geschreven door koning Salomo. Hij had 700 vrouwen en 300 bijvrouwen en dus moet hij ook veel kinderen hebben gekregen – al geeft de Bijbel niet aan hoeveel.
Kinderen zijn een geschenk van de HEER,
de vrucht van de schoot is een beloning van God.
Als pijlen in de hand van een schutter,
zo zijn kinderen, verwekt in je jeugd.
Gelukkig de man
wiens koker is gevuld
met pijlen zoals zij.
Hij staat niet te schande
als hij zijn vijanden aanklaagt in de poort.
(Psalm 127:3-5)

Het is zeker niet de enige zegen die God schenkt, maar kinderen zijn een zegen van God. Bij Heman was het grote aantal kinderen niet de hele zegen die God hem gaf. Als je in vers 4 natelt hoeveel zonen van Heman er genoemd worden, dan zijn dat ze alle 14! Veertien zonen die in hun geloof het spoor van hun ouders volgden. Veertien zonen die, net zoals hun vader, er hun levenswerk van maakten om God groot te maken met het zingen van lofliederen onder begeleiding van lieren, harpen en cimbalen. Mijn aanname is dat ook de dochters van Heman hun vader volgden in het geloof. Een heel gezin dat leefde in de schaduw van de Allerhoogste. Dat is pas een zegen!

Als God je gezegend heeft met één of meer kinderen, dank Hem. En bid voor je kinderen, dat het hen goed gaat, en ze in ontzag voor de HEER oud mogen worden.

De Bijbelteksten in deze blog zijn ontleend aan de NBV21 © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap 2021, tenzij anders aangegeven.

Voetnoot
Voor dit blog is gebruikgemaakt van aantekeningen bij een preek die ik heb gehouden op 27 augustus 2017.