Cursus: Zijsporen en omwegen (II)
Hoor en zie
We beginnen met de tekst waarmee vorig stukje eindigde:
Toen Johannes in de gevangenis over het optreden van de messias hoorde, stuurde hij enkele van zijn leerlingen naar Hem toe met de vraag: ‘Bent U degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?’ Jezus antwoordde: ‘Zeg tegen Johannes wat jullie horen en zien: blinden zien en verlamden lopen, mensen die onrein zijn door een huidziekte worden gereinigd en doven horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt. Gelukkig is degene die aan Mij geen aanstoot neemt.’ (Matteüs 11:2-5).

Jezus zegt tegen de leerlingen van Johannes: Zeg tegen Johannes wat jullie horen en zien. Wonderen en uitspreken van het goede nieuws gaan hand in hand.
Waarom zegt Jezus dat? Doden staan op, dat moet mensen toch overtuigen? Waarom is het doen van een genezingswonder niet genoeg? Als je een genezingsdienst hebt en tientallen mensen worden genezen, dan is dat toch genoeg bewijs dat God bestaat en dat Jezus geneest?
Wonderwerken alleen ‘werken niet’
Je zou dat inderdaad denken. Maar Jezus is heel duidelijk: een wonder moet samengaan met de verkondiging van het goede nieuws.
Waarom zijn wonderen en verkondiging aan elkaar gekoppeld? In psalm 78 bezingt Asaf hoe God zijn volk uit Egypte leidde en hen in de woestijn met wonderen verzorgde. De boodschap van deze Psalm is droevig: “Toch bleven zij zondigen, op zijn wonderen vertrouwden zij niet.” (Psalm 78:32). Zelden heeft een groep mensen zoveel wonderen achter elkaar gezien als het volk Israël in die tijd, maar ze kwamen niet tot geloof.
Hetzelfde zie je in Jezus’ tijd. Jezus geeft met een wonder een grote groep mensen te eten, en als Hij daarna vertrokken is, gaan de mensen Hem zoeken. “Ze vonden Hem aan de overkant van het meer en vroegen: ‘Rabbi, wanneer bent U hier gekomen?’ Jezus zei: ‘Werkelijk, Ik verzeker u, u zoekt Me niet omdat u tekenen hebt gezien, maar omdat u brood gegeten hebt en verzadigd bent.” (Johannes 6:25-26).
De mensen waren niet geïnteresseerd in Jezus’ boodschap die Hij met wonderen onderstreepte; ze wilden gratis eten. Jezus gaat vervolgens met deze mensen in discussie. Hij zegt dat Hij gezonden is door God als het levende brood. Het resultaat: de mensen haken af. Hoe duidelijker Jezus is over het doel van Zijn komst en over wat het kost, hoe meer de mensen zich er tegen afzetten: Toen trokken veel leerlingen zich terug en gingen niet verder met Hem mee. (Johannes 6:66). De mensen willen het wonder wel, maar de boodschap niet. En dus krijgen ze geen van beide.
Ook in de gelijkenis over de rijke man en Lazarus maakt Jezus duidelijk dat een wonder de mensen niet tot geloof zal brengen. Toen zei de rijke man: “Dan smeek ik u, vader, dat u [Lazarus] naar het huis van mijn vader stuurt, want ik heb nog vijf broers. Hij kan hen dan waarschuwen, zodat ze niet net als ik in dit oord van martelingen terechtkomen.” Abraham zei: “Ze hebben Mozes en de Profeten: laten ze naar hen luisteren!” De rijke man zei: “Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe komt, zullen ze tot inkeer komen.” Maar Abraham zei: “Als ze niet naar Mozes en de Profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.” (Lucas 16:27-31).
Wonderen kunnen de boodschap van Jezus ondersteunen, maar als mensen niet (willen) luisteren, dan zal een wonder ze niet overtuigen. Honderd wonderen zullen ze niet overtuigen. Als Jezus mensen geneest, dan gaat het niet om de genezing zelf. Wat voorop staat is de verkondiging van het Koninkrijk, ondersteund door wonderen.
Dit blijkt opnieuw als Jezus er twaalf en later (tweeën)zeventig leerlingen op uitstuurt om voor Hem uit te gaan. Er zijn mensen die er enkel de nadruk op leggen dat deze leerlingen de kracht kregen om zieken te genezen. Dat kregen ze, maar dat is niet de enige reden dat Jezus hen op pad stuurde.
Hij riep de twaalf bij zich en gaf hun macht en gezag over alle demonen, en de kracht om ziekten te genezen. Daarna zond Hij hen uit om het koninkrijk van God te verkondigen en zieken te genezen. Hij zei tegen hen: ‘Neem niets mee voor onderweg, geen stok, geen reistas, geen brood en geen geld, en ook geen extra kleren. Blijf in het huis waar je onderdak hebt gevonden tot je van daar weer verdergaat. Als ze jullie niet willen ontvangen, ga dan weg uit die stad en schud het stof van je voeten als getuigenis tegen hen.’ Ze gingen op weg en trokken van de ene plaats naar de andere, terwijl ze het goede nieuws verkondigden en overal zieken genazen. (Lucas 9:1-6)
Daarna stelde de Heer tweeënzeventig anderen aan, die Hij twee aan twee voor zich uit zond naar iedere stad en plaats waar Hij van plan was heen te gaan. Hij zei tegen hen: ‘De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders; vraag dus de eigenaar van de oogst of Hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen. Ga op weg, en bedenk wel: Ik zend jullie als lammeren onder de wolven. Neem geen geldbuidel, geen reistas en geen sandalen mee, en groet onderweg niemand. Als jullie een huis binnengaan, zeg dan eerst: “Vrede voor dit huis!” Als er iemand woont die de vrede liefheeft, zal jullie vrede met hem zijn; zo niet, dan zal die vrede bij je terugkeren. Blijf in dat huis, en eet en drink wat men je aanbiedt, want de arbeider is zijn loon waard. Ga niet van het ene huis naar het andere. En als jullie een stad binnengaan en daar welkom zijn, eet dan wat je wordt voorgezet, genees de zieken die er zijn en zeg tegen hen: “Het koninkrijk van God heeft jullie bereikt.” (Lucas 10:1-9)
Wat was hun opdracht? Verkondig het koninkrijk van God en genees de zieken. Ook hier zie je duidelijk: verkondiging en genezing kunnen niet losgekoppeld worden. Mensen moeten weten wat het Koninkrijk van God is en hoe ze daar deel van kunnen uitmaken; wonderen ondersteunen deze boodschap. Het evangelie is waar het om gaat, de genezing is het wonder dat het evangelie ondersteunt.
Genezingen na Jezus’ hemelvaart
Ook in het Bijbelboek Handelingen zie wonderen van genezing plaatsvinden. Wat is het doel van deze genezingen? Het ontbreekt aan de ruimte om alle gedeelten over genezing te bespreken; ik kies voor één van de opmerkelijkste gedeelten:
Terwijl Apollos in Korinte verbleef, kwam Paulus na zijn reis door het binnenland in Efeze aan. […]De volgende drie maanden ging hij regelmatig naar de synagoge, waar hij vrijmoedig met de bezoekers sprak over het koninkrijk van God en hen met zijn uiteenzettingen trachtte te overtuigen. Maar toen sommigen zijn boodschap halsstarrig bleven afwijzen en de Weg bij iedereen belachelijk maakten, vertrok hij en nam de leerlingen met zich mee. Voortaan sprak hij dagelijks in de school van Tyrannus, iets dat hij twee jaar bleef doen, zodat alle inwoners van Asia kennismaakten met de boodschap van de Heer, Joden zowel als Grieken. Door Gods toedoen verrichtte Paulus buitengewoon grote wonderen: zelfs de doeken en de werkkleren die hij gedragen had werden naar de zieken gebracht, zodat ze genazen en de kwade geesten hen verlieten. (Handelingen 19:1a;8-12)
Sommigen concentreren zich op vers 11 en 12: God geneest zelfs door doeken en werkkleren! Is dit iets wij moeten doen: doeken en gedragen kleren naar zieken brengen? Geneest God tegenwoordig ‘automatisch’ als wij gebedsdoeken uitdelen? Of gaat het om iets anders in dit verhaal?
Efeze was een ‘lastige plek’ om mensen tot bekering te brengen. Er stond een grote tempel voor Artemis en dit leverde een levendige handel in ‘heilige voorwerpen’ op (Handelingen 19:23-40). Daarnaast waren er grote tempels voor Hestia en Serapis. Efeze was een stad waarin magie een grote rol speelde. Tovenaars probeerden met rituelen, spreuken en gebeden geesten te bezweren en gebeurtenissen te sturen. Geestuitdrijvingen waren aan de orde van de dag (zie ook Handelingen 19:13-22), magische voorwerpen waren overal te koop en de stad stond vol afgodsbeelden. In deze stad kwam Paulus het nieuws brengen over Jezus Christus.
Je ziet dat Paulus zijn ‘evangelisatie strategie’ aanpast aan de situatie in Efeze. Dit is de stad waar hij het langste blijft, de stad die hij gebruikt als uitvalsbasis voor zijn zendingsreizen. Daarnaast spreekt hij niet op de straathoeken, maar vanuit de school van Tyrannus. Dit geeft Paulus in de ogen van Grieken en Romeinen de status van filosoof, waardoor meer mensen naar hem willen luisteren. Deze strategie heeft succes: alle inwoners van Asia [maakten] kennis met de boodschap van de Heer, Joden zowel als Grieken (Handelingen 19:10). Paulus wordt gerespecteerd en hij wordt gehoord, maar zijn boodschap moet nog steeds ‘opboksen’ tegen de occulte cultuur van Efeze. Op dat gebied zie je dat God de boodschap van Paulus zegent; Lukas spreekt over ‘buitengewoon grote wonderen’.
De inwoners van Efeze kenden tovenarij, maar dit hadden ze nog niet eerder meegemaakt. Paulus is geen tovenaar, maar een dienaar van God. Paulus dwingt God niet af en gebruikt geen slimme, herhaalbare, consistente methode voor wonderen zoals een tovenaar deed om een loon te verdienen of beroemdheid te verwerven. Lucas trekt een lijn tussen magie en wonder: Paulus verricht wonderen voor de verspreiding van het evangelie, niet als doel op zich. Met dat in gedachten is hij geen tovenaar, maar slechts een dienaar [14]. God gebruikt Paulus voor Zijn doel, de verspreiding van het evangelie.
Hier en op de andere plaatsen in Handelingen zie je dat genezing geen doel in zichzelf is. Wonderen zoals genezing zijn een middel om de verkondiging te ondersteunen, om mensen tot bekering te brengen. Precies dezelfde reden die we bij de genezingen door Jezus zagen. Het gaat om de verspreiding van het Koninkrijk, dat is het doel van Jezus en de apostelen. Genezing is een (grote) bijzaak, maar niet de reden van de verkondiging.
Voorlopige conclusie (vervolg)
Zowel Jezus als de apostelen genazen mensen. Deze genezing stond niet op zichzelf. Het doel van de genezingen was om de boodschap van het evangelie te ondersteunen.
De Bijbelteksten in dit blog zijn ontleend aan de NBV21 © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap 2021, tenzij anders aangegeven.
Voetnoot
[14] MacDonald, Scott. 2023. “Modern Healing Cloths and Acts 19:11–12.” Themelios. Vol. 48, No. 2, blz. 336-337